2 Toen zei Jakob tegen zijn familieleden en tegen alle anderen die bij hem waren: ‘Doe de vreemde goden die jullie hebben weg, reinig je en trek schone kleren aan. 3 Laten we naar Betel gaan: daar wil ik een altaar bouwen voor de God die naar mij heeft omgezien toen ik diep in de ellende zat en die mij op mijn hele reis terzijde heeft gestaan.’
Genesis 35
ورود به سایت
کلام کتاب مقدس
زیرا كه جان خستگان را تازه ساختهام و جان همه محزونان را سیر كردهام.